Het spelproces start met een observatiefase. De speltherapeut en het kind leren elkaar kennen en bouwen een vertrouwensband op. Tijdens deze fase probeert de speltherapeut de speltaal van het kind te leren kennen. Wat zijn thema’s die vaak terugkomen? Het voelt het kind zich? Op welke manier uit het zich het liefst? Deze fase duurt drie tot vijf spelsessies, afhankelijk van de leeftijd en problematiek van het kind.

Na deze fase wordt er een plan opgesteld voor de rest van de therapie, met behandeldoelen. Dit plan wordt ook met de ouders besproken.

In de volgende sessies, ongeveer 15-20 in totaal, wordt er vrij gespeeld met het kind, waarbij aangesloten wordt bij de speelwereld van het kind. Het kind krijgt alle gelegenheid zijn of haar zorgen of problemen uit te spelen. De therapeut speelt mee en mengt zich steeds meer in het spel en helpt het kind door nieuwe inzichten te geven of oplossingen voor problemen te verzinnen. Zo komt het kind steeds sterker in zijn of haar schoenen te staan of verwerkt het ervaringen. De doelen van het behandelplan worden hierbij steeds in acht genomen. Ouders worden na iedere vijfde sessie op de hoogte gebracht door middel van een oudergesprek.

Als het kind zich weer sterk genoeg voelt om zonder de therapie verder te gaan, is het tijd voor de afsluitende fase. In drie sessies wordt het therapieproces afgesloten en afscheid van elkaar genomen. Dit is een belangrijke fase voor het kind, waarin het afscheid een plaats krijgt en het vertrouwen wordt opgebouwd om het weer zelf te kunnen.